"Elly Fekkes"

Je bent DBO’er. Je hebt ontzag voor de zweefvliegbewijshouders en instructeurs. Zij weten alles. Zoveel wordt je met anekdotes wel duidelijk gemaakt. Je voelt je geïntimideerd. Al doende kom je er achter dat het heus wel gewone mensen zijn. Ze maken ook wel eens een slechte start of ze staan meteen weer aan dek.
Instructeurs blijken ook emoties te hebben. Ze zijn chagrijnig of vrolijk, stil of duidelijk aanwezig. Ze stralen wél allemaal autoriteit uit.
Over de chefinstructeur hoor je natuurlijk ook verhalen. Dit lijkt een alom gerespecteerd heerschap te zijn. Onverschrokken ventileert hij zijn opinies en meningen. Voor tegenspraak lijkt weinig ruimte te bestaan. Zijn wil is wet.
Over vrouwelijke vliegers heeft hij ook een mening. Er is niet zo iets als een vrouwelijke vlieger. Want dat kunnen ze gewoonweg niet.
Gelukkig was het zo dat ik niet met hem hoefde te vliegen. Als ik in Axel was, was hij er niet. Zo ontkwam ik lange tijd aan een instructievlucht met hem.
Ondertussen beleefde ik veel avonturen in de lucht en op de grond. Karel Kok spande de kroon door me tijdens een vlucht met de Rhön een halve hartverzakking te bezorgen. “Kijk, Elly, vingers!” Mijn levendige fantasie zag meteen in dat er iets gruwelijk fout was gegaan met de tiploper. Bij nader inzien bleek Karel zijn hand via het ventilatiegat naar buiten en via de kier bij mijn raam weer naar binnen gestoken te hebben. Je moet er maar opkomen. Later heb ik, onbewust, wraak genomen tijdens mijn eerste solo. Karel feliciteerde mij na mijn landing met zijn eigen verjaring: hij was jaren ouder geworden tijdens mijn vlucht.
Met David heb ik op een mooie rustige middag lang meegevlogen boven een luchtballon. Een nulletje, een halfje, maar het ging. Ondertussen waren we behoorlijk ver van het veld, dus dat was nog wel weer spannend. Maar je voelt je veilig in handen van een instructeur.
Tot de dag kwam, dat ik toch met Snoerie een lesvlucht moest maken. Indachtig alle anekdotes en verhalen over zijn taalgebruik en aversie tegen vrouwelijke vliegers, stapte ik behoorlijk gespannen in. Ik was me erg bewust van mijn vrouwelijkheid en mijn onvermogen om een goede landing te maken. Opgeteld was dit in mijn beleving het ergste wat hem kon overkomen.
Er gebeurde niets. Hij zei niets. Ik vloog en zei niets. We landden. Hij liep weg en ik niet. Ik bracht de kist terug naar de startplaats en dat was dat.
We hebben meer starts samen gemaakt en het ging steeds beter met me. Gewoon lekker vliegen en niet kletsen. Dan gaat het goed met hem. En mij.
We hebben veel gewone starts gemaakt. Er springt er toch eentje uit. Mijn mooiste herinnering aan een vlucht met Snoerie is een vlucht in de K-7. Lage bewolking en rustig, grijs weer. Toch vliegen. Starten en al snel in de wolken. Snoerie neemt over en vliegt door. Je ziet niets. Je verliest alle besef van onder en boven, voor en achter. En de spanning. Een ander vliegtuig ziet jou ook niet. En het mag gewoon niet. Maar je voelt je veilig in handen van een chefinstructeur. Ik was in de wolken, met Snoerie.
Elly Fekkes

Terug     Home