 |
Bij
het veertig jarig bestaan stond ik weer bij jullie op
bekend terrein.
Gefeliciteerd EZAC met jullie 40 jarig bestaan.
Wat
een mooi vliegveld wat een kapitaal aan vliegtuigen ,
wat een deskundigheid, wat een know how, wat een
infrastructuur. Daar kunnen jullie trots op zijn.
|
En
toen dacht ik weer aan de begintijd .Wat een gevecht
geleverd met en tegen allerlei instanties om dit veld
te krijgen . Hele ordners vol met brieven aanvragen etc.
Zoveel tijd eraan besteed dat ik me er toen wel eens
voor schaamde. Op een gegeven moment wilde ik het
opgeven maar toen hoorde ik van de provincie en de KNVVL
ga door want je hebt het bijna. Op het stadhuis hoorden
we het positieve bericht en toen had ik wel even een
zakdoek nodig.
Wat
een primitief gedoe 40 jaar geleden. Ons kleine groepje
( 6 p) beschikte alleen over een enorm enthousiasme.
Geen lier niet eens een vliegtuig, niet eens een
instructeur.
Het
begin: een van onze leden had 3 keer mee mogen vliegen (
Woensdrecht ) en het andere lid 1 keer. Dat waren dus
onze deskundigen. Zij zouden ons verder opleiden en
hadden ons volle respect en eerbied!
Na
een jaar beschikten we over een vliegveldje met een
lengte van 850 meter , een lier met een motor uit een
oude tractor ( tijdens het lieren schakelde de
automatische bak! )De
(gele) Rhönlerche mochten wij huren van de KNVVL ( Wim
Adriaansen was daar toen secretaris).Ik kocht toen nog
in Terlet de Grunau Baby voor ca 450 Euro . Dat was te
goedkoop (volgens het bestuur van de KNVVL) Een deal
was een deal: maar later moest ik toch nog 220 Euro
bijbetalen voor de instrumenten.
We
hadden een (beginnend ) instructeur Van Soest . De 2e
vlucht eindigde in een aardappelveld: vleugel kapot .
De bestuursleden legden met een zuur gezicht elk 1000
gulden op tafel en namen nog een glas bier.
Instructeurs haalden wij weg bij andere zweefvliegclubs
. Dat was een heel werk: bellen smeken en bellen.
Sommige instructeurs hadden bepaalde eisen: Ophalen b.v.
in Bergen op Zoom en terugbrengen met enkele stops in
dorps cafeetjes. We hadden ook een instructeur met zeer
grote voeten en die zaten behoorlijk in de weg van de
leerling. Wij noemden hem Van der Heyden met de grote
voeten. Per abuis werd ook contact gelegd met een
andere van der Heijden. Dit was dus onze Snoerie.
Gefeliciteerd Snoerie, dat je ons zoveel kennis hebt
bijgebracht en het zo lang bij ons hebt volgehouden.
Ga zo
door EZAC.
Ik
hoop dat de oprichters
Walter de Block
Francois Bolssens
Hennie Doppegieter
Herman Emmen
Willy Keyzer
Piet Modder
nog
een samen zullen komen op dit mooi en uniek veld.
Terneuzen 4 oktober 2006, Hennie Doppegieter.
|