"Peter Smet"

Betrokkenheid
Een anekdote

We schrijven Le Mans 1980.

Het eerste buitenlandkamp met de EZAC. Vliegtechnisch (en ook anderszins) onder de bezielende leiding van Snoerie. Een kamp met heel veel grappen en grollen en heel veel zingen en feesten.

Ik zat al een poosje tegen mijn eerste overland aan te hikken. Je kent dat wel. Die allereerste keer, dat je van je veld wegdraait en je zeker weet, dat je Ka-8 ergens op een vreemd veld aan de grond zult moeten zetten! Ik had me voorgenomen, dat het in dat kamp zou gebeuren. En zo mogelijk in één keer 50 km om “Zilver”te halen.
Het zou de volgende dag goed worden  en ik denk, dat ik de avond tevoren op tijd naar bed bent gegaan, of wonderbaarlijk snel hersteld, want voor zover ik me herinner was ik redelijk fit.
Tijdens de ochtendbriefing bevestigde Snoerie, die duidelijk niet vroeg naar bed was gegaan, de weersverwachting. Wolkenbasis op 1200 meter en zicht >10 km. David Lindenbergh, die al véél verder was met vliegen dan ik, zou met Snoerie samen ook overland gaan in de KA-7.
En dus gingen David en ik de vlucht voorbereiden.
Als doel kozen we voor mij Blois uit. 55 km en een zweefvliegveld. Goed voor zilver en ideaal om hem aan de grond te zetten. Snoerie en David zouden wel zien.
Ook in die tijd zonder loggers, moest een vlucht geregistreerd worden. We deden dat met een barograaf. Een schrijvende barometer. De wijzer van de barometer is bij de barograaf een heel teer stengeltje met een schrijfstift, waarin echte inkt zat! Allemaal heel gevoelig en we kregen niet voor elkaar dat gereed te maken Dus Snoerie erbij gehaald, die er eens voor ging zitten. Zonder veel te zeggen.
Ik zie het nog voor me. Op een treeplank aan de zijkant van een VW-busje. Met een gezicht dat de dezelfde kleur had als  het braaksel (lichtgroen), dat de barograaf net had gemist, zat hij het ding in elkaar te knutselen.
Dat beeld raakte me. Als je je zo beroerd voelt en je brengt het dan op om zo’n vervelend klusje op te knappen voor een onhandige jonge vlieger, dan zegt dat iets over je betrokkenheid bij die ander.
Een half uur na mij kwamen Snoerie en David landen op Blois. We konden de ophaaltroepen laten aanrukken en een biertje drinken op de goede afloop.
Later hoorde ik van David, dat Snoerie onderweg voortdurend had gekeken of ik niet ergens geland was en een zucht van verlichting slaakte toen David de Ka-8 gespot had op Blois.
Het bovenstaande zegt iets over de mens achter de soms anders aandoende façade van de instructeur. Chapeau, Snoerie
(Een eerste overland vergeet je nooit meer. Het ging voorspoedig, dat wil zeggen, ik kon boven de 800 mtr blijven en ik raakte weliswaar de weg kwijt, want er waren meerdere rivieren, dan die op de kaart stonden, maar op kompas vliegend kreeg ik Blois toch in zicht en ik landde er. Later op de terugweg zag ik pas hoe heuvelachtig het stuk was wat ik gevlogen had, maar dat mocht de pret niet meer drukken. En ook dat was leerzaam.)Peter Smet

Terug     Home