 |
Betrokkenheid
Een anekdote
We
schrijven Le Mans 1980.
Het
eerste buitenlandkamp met de EZAC. Vliegtechnisch (en
ook anderszins) onder de bezielende leiding van Snoerie.
Een kamp met heel veel grappen en grollen en heel veel
zingen en feesten. |
Ik
zat al een poosje tegen mijn eerste overland aan te
hikken. Je kent dat wel. Die allereerste keer, dat je
van je veld wegdraait en je zeker weet, dat je Ka-8
ergens op een vreemd veld aan de grond zult moeten
zetten! Ik had me voorgenomen, dat het in dat kamp zou
gebeuren. En zo mogelijk in één keer 50 km om “Zilver”te
halen.
Het
zou de volgende dag goed worden en ik denk, dat ik de
avond tevoren op tijd naar bed bent gegaan, of
wonderbaarlijk snel hersteld, want voor zover ik me
herinner was ik redelijk fit.
Tijdens de ochtendbriefing bevestigde Snoerie, die
duidelijk niet vroeg naar bed was gegaan, de
weersverwachting. Wolkenbasis op 1200 meter en zicht >10
km. David Lindenbergh, die al véél verder was met
vliegen dan ik, zou met Snoerie samen ook overland gaan
in de KA-7.
En
dus gingen David en ik de vlucht voorbereiden.
Als
doel kozen we voor mij Blois uit. 55 km en een
zweefvliegveld. Goed voor zilver en ideaal om hem aan de
grond te zetten. Snoerie en David zouden wel zien.
Ook
in die tijd zonder loggers, moest een vlucht
geregistreerd worden. We deden dat met een barograaf.
Een schrijvende barometer. De wijzer van de barometer is
bij de barograaf een heel teer stengeltje met een
schrijfstift, waarin echte inkt zat! Allemaal heel
gevoelig en we kregen niet voor elkaar dat gereed te
maken Dus Snoerie erbij gehaald, die er eens voor ging
zitten. Zonder veel te zeggen.
Ik
zie het nog voor me. Op een treeplank aan de zijkant van
een VW-busje. Met een gezicht dat de dezelfde kleur had
als het braaksel (lichtgroen), dat de barograaf net had
gemist, zat hij het ding in elkaar te knutselen.
Dat
beeld raakte me. Als je je zo beroerd voelt en je brengt
het dan op om zo’n vervelend klusje op te knappen voor
een onhandige jonge vlieger, dan zegt dat iets over je
betrokkenheid bij die ander.
Een
half uur na mij kwamen Snoerie en David landen op Blois.
We konden de ophaaltroepen laten aanrukken en een
biertje drinken op de goede afloop.
Later
hoorde ik van David, dat Snoerie onderweg voortdurend
had gekeken of ik niet ergens geland was en een zucht
van verlichting slaakte toen David de Ka-8 gespot had op
Blois.
Het
bovenstaande zegt iets over de mens achter de soms
anders aandoende façade van de instructeur.
Chapeau,
Snoerie
(Een
eerste overland vergeet je nooit meer. Het ging
voorspoedig, dat wil zeggen, ik kon boven de 800 mtr
blijven en ik raakte weliswaar de weg kwijt, want er
waren meerdere rivieren, dan die op de kaart stonden,
maar op kompas vliegend kreeg ik Blois toch in zicht en
ik landde er. Later op de terugweg zag ik pas hoe
heuvelachtig het stuk was wat ik gevlogen had, maar dat
mocht de pret niet meer drukken. En ook dat was
leerzaam.)Peter
Smet
|