|
De Neus.
Omdat het vliegfeest dat jaar op
mijn verjaardag viel, werd ik ’s avonds toegezongen. En
ik een cadeau: enigszins aangeschoten beloofde Snoerie
dat ik de volgende dag mee overland mocht met de Weiland
Express. Ik moet zeggen dat ik er aan twijfelde of hij
dat zich de volgende dag nog zou herinneren. Maar
Snoerie komt zijn beloftes na, ook met een houten kop.
Wij startten en vlogen. Over de
radio hoorden we hoe andere kisten zich ook in overland
avonturen stortten. Het was dan ook bere-weer. Maar na
een kijkje in de duizelingwekkende diepten van de
koeltorens bij Doel was bij ons de thermiek (of de
concentratie?) op. Snoerie zette de Weiland Express
tenslotte aan de grond in een weiland bij Stabroek.
Terwijl hij genoeglijk keuvelde met
de boer over zijn schapen, werd ik erop uit gestuurd om
de ophaalploeg te bellen in een café vlakbij. Dat bleek
niet gemakkelijk, want “Axel”was heel lang in gesprek.
Pas na een uur kreeg ik contact. De hoorn had al die
tijd naast de haak gelegen. Terug bij de kist hoorde ik
“Axel” oproepen van boven Venlo. Het was nog steeds
bere-weer.
Na het inpakken van de kist namen
we met de ophaalploeg een afzakkertje op het terras van
het café. Adje, Patricia en ik lachten toen Anneke ons
wees op de naam van het café. Het heette “De Neus”
Snoerie keek een beetje zuinig,
maar ik was dik tevreden met mijn eerste overland. Ik
zal het niet gauw vergeten.
Robien van Gulik |