"Titus Verhagen"

     Een beetje bang.

In het begin (voor mij in 1991) was ik altijd een beetje bang voor je want je kwam streng over. En toen ik ook zelf merkte dat ik geen Van Nistelrooy was (jouw woorden) en toen nog niet wist dat ook niet iedereen dat kan zijn en dat ook niet geeft  (weer jouw woorden)  was ik ook een tijdje bang dat sommigen me liever kwijt wilden. Dat is nu wel over. Bij een lange vlucht in die begintijd zei je niet veel, maar begon na een tijdje langdurig te fluiten. Op de grond zeiden ze: “ Dan zal ie het wel naar zijn zin gehad hebben”.  Onlangs (16 juli van dit jaar) maakte ik weer een vlucht van een uur met jou. Ik was de eerste van de dag die toen thermiek oppikte. Na een minuut of tien kreeg ik er flink van langs omdat ik alleen maar naar de vleugel keek. De rest van de vlucht ging het beter. Toch OK voor solo. ’s-Middags (toen was je al weg) was de wind weer wat aangewakkerd, en ik twijfelde. Twee weken eerder had ik ’s-middags  bij vergelijkbare situatie nog gezegd: “ Ik vlieg liever een uur met een instructeur dan 5 minuten alleen”. En dat had geholpen. Nu zei Ernst:” Die smoes gaat nu niet op, nu heb je vanochtend met Snoerie ook al een uur gevlogen. En toen waaide het ook flink.”. (Toch was het geen smoes, ik twijfelde echt gezien de windzak). Dus toch maar solo. Resultaat: Mijn eerste (en gelukkig niet mijn laatste) thermische solovlucht op plastic. (ASK-21 dus).
Ook mocht ik een keer mee met de Dimona. Toen ik instapte was de eerste vraag: “ Je bent toch niet bang of zo?” We gingen de Westerschelde over en boven Zuid-Beveland stegen we naar een hoogte met wolkenpartijen die wel op besneeuwde bergtoppen leken.

Dat was echt prachtig. Maar dat belemmerde wel het zicht. Ik vroeg: “Als er nou een ander vliegtuig zit?” Antwoord: “ Dan heeft die hetzelfde probleem”. Terug bij Perkpolder tot Axel gevlogen op 150 m hoogte, dat kan met de motor aan, die hoogte ben ik verder alleen in de landing gewend.De geheimzinnige acties met lappen plastic en flessen helium vergeet ik ook niet. Dat de UFO’s loslieten van de kabel en met brandende kaarsen(??) of wat het was, in ieder geval lichtjes, losraakten van de lijnen en in zuidoostelijke richting België verdwenen…

Toen ik een collega had overgehaald om mee te doen met een introductiearrangement  was het eerste wat hij zei toen hij je zag: “ Snoerie, hoe kom je aan die bijnaam?”. En direct daarop jouw antwoord: “ Dat gaat mee in het graf!”.
Ik wilde ook een keer meevliegen met jouw K-7 toen die een keer in Axel was. Dat mocht wel, maar ik moest zelf vliegen. Toen we zelf nog een K-7 hadden heb ik een keer met jou een harde landing gemaakt en kreeg toen de opmerking: “ Dat krijg je ervan als je de K-7 met vol kleppen landt!”. Dat had ik onthouden en nu was het commentaar: “ Ik ben blij dat je bij deze omstandigheden zo netjes kan vliegen”. En: “Voor de huur van het vliegtuig ben je me straks wel een pilsje verschuldigd”.
Het beste,

Titus Verhagen
 

Terug     Home