LE CHIEN
AUX VACHES
Elke
twee jaar vlogen we met het team PH-314 mee met de
“Coupe des Cent Châteaux” te Le Louroux, bij Tours. Een
vriendschappelijke zweefvliegwedstrijd. De uitdaging
voor de deelnemers ligt in het, al vliegend,
fotograferen van een honderdtal kastelen in het Loire
gebied. Een bijzondere manier van toerisme en nog
goedkoop ook. De besparingen van de entreegelden voor de
kastelen overtreffen het inschrijfgeld. Wat heet, er
blijft nog voldoende over voor 10 kilo aardappelen en
enkele potten pindakaas in de kofferbak. De Hollander op
vliegvakantie.
Het
Franse weer is vaak beter dan het onze. Toch wil er wel
eens een dag uitvallen. De wedstrijdleiding heeft daarin
voorzien. Niet in het weer, maar in de ontspanning op
zo’n dag. Al bij de bevestiging van inschrijving wordt
gevraagd hiermee rekening te houden. Deelnemers worden
uitgenodigd leuke of spannende verhalen te vertellen,
films of wetenswaardigheden te vertonen. Ik had me goed
voorbereid. Bovendien lag tussen de aardappels en
pindakaas nog een Nederlands cultuurgoed. Een liter Beerenburger van de Weduwe Joustra.
Drie
verhalen had ik in petto. Met bijbehorende materialen en
lokkende titels: 1. “Revolutionaire
sleepmethode.” 2. “De Oersteen.” 3. “De vliegende hond”
Van de eerste twee verhalen zal ik een verkorte versie
weergeven. Interessant voor de Fransen en ongenadig voor
hun chauvinisme. Pernod en Ricard zouden verbleken tot
limonade. Mede dankzij onze weduwe.
“Dames
en heren, zie hier de nieuwe Nederlandse sleepmethode.
Ontwikkeld in samenwerking met de Koninklijke
Luchtmacht.” Met de nadruk op Koninklijke. Zij
hebben slechts een Armée de l’air en moeten altijd
zonder koningin ten strijde vliegen. “Elk willekeurig
zweefvliegtuig in minder dan twee minuten naar 3000
meter!” Vol trots liet ik een voorpagina zien van
“Thermiek.” Hét blad voor zweefvliegers. Een F-16 met
daarachter een zweefvliegtuig, klaar voor vertrek. “Voel
de hitte van de naverbrander, neem een slok van de
weduwe.”

.
“Nu
een oersteen uit het Franse land. Veertigduizend jaar
oud.” Aandachtig werd de steen, die van hand tot
hand ging, bekeken. “Wat is er zo bijzonder aan deze
steen?” vroeg ik. Vlakbij Le Louroux ligt Le
Grand-Pressigny. Een belangrijke geschiedkundige plaats
uit de Franse préhistorie. Er zaten kenners onder de
toehoorders. De steen bracht wat teweeg. Iemand meende
de snavel van een eend te zien. Een ander de kop van een
Dinosaurus. “Nee, het bijzondere is de rode stip op
de zijkant van de steen. Veertigduizend jaar lang heeft
deze steen rustig gelegen op het Franse Land. Wachtend
op een vreemde vogel uit verre streken. De steen heb ik
gevonden na een klap in de landing met de PH-314 op een
akker. De rode stip is verf van onze Ka-7!!!!!!!!!!!”

Er zat
een vriendelijk vrouwtje in de zaal. Bij het eerste
verhaal had ze gevraagd of het zweefvliegtuig wel sterk
genoeg was om gesleept te worden achter straaljagers. En
bij het tweede had zij de snavel van de eend ontdekt.
Geloofwaardig en zeer geïnteresseerd. Zo nieuwsgierig
als de buurvrouw, leunend over het tuinhek. Vaak kreeg
zij de lachers op haar hand. Het type doos. Of muts, dat
de Fransen bonnet noemen. Loop op vakantie maar eens in
een Frans dorp een mutsenwinkel binnen. Bonnetterie
staat boven de deur. U zult begrijpen wat ik bedoel.
In mijn
beste koeterfrans begon ik aan mijn derde verhaal.
“De vliegende hond.” Over mijn hond Mik, die, als ik
in Axel instructie geef altijd op de startplaats ligt.
Een bijzondere hond. Houdt alles in de gaten en weet
precies uit welk vliegtuig ik ga stappen na een
instructievlucht. Eens was hij hem gesmeerd. Na lang
zoeken vonden we Mik in een tweezitter. Snuffelend aan
de instrumenten. Met een poot op de knuppel. “Dus,
hield ik mijn gehoor voor, zal ik Mik eens
verrassen en meenemen op een avondvlucht. De hond
vond het geweldig, was daarna niet meer te houden.
Steeds als we op het veld kwamen ging Mik zitten wachten
naast een tweezitter.” Een zaal vol aandacht.
Verbazing en ongeloof. De stemming steeg. De weduwe was
weer aan het werk. “Op een van de vluchten voelde ik
weerstand. Het leek of een ander vloog. Mijn
ondernemende Mik toch niet? Heel voorzichtig liet ik de
knuppel los. Mik vloog!!!!!!!! Met wat bijsturen zelfs
een fraaie bocht. Dit kon niet waar zijn!!!!!!!!!!”
Op een mooie ochtend, na zo’n honderd lesvluchten stond
Mik te blaffen bij een oude Grunau Baby, een historische
eenzitter. Ongeduldig sprong hij in de kist. Tijd om
solo te vliegen. Ik zag het aan zijn ogen. Ik liet de
foto’s van Mik, enkele minuten gemaakt voor zijn eerste
vlucht, rondgaan en vervolgde mijn verhaal. “De
cockpitcheck was prima. De lierstart een beetje steil,
kenmerkend voor een solist.” Ongemerkt liet ik een
pauze vallen, zoekend naar de juiste woorden. De muts
veerde op van haar stoel. “En de landing, hoe ging de
landing?” vroeg ze vol verlangen naar de afloop van
de vlucht. “Helaas madame, we zullen het nooit weten.
De hond vond thermiek en heeft een buitenlanding
gemaakt. Le chien aux vaches, madame.
We hebben hem nooit meer terug gezien.”
“Ooohhhh” riep ze, sloeg een hand voor haar mond,
keek nog eens naar de foto’s en mompelde iets wat ik
niet kon verstaan. Misschien maar goed ook.

|