HET ONGELUKKIGE SCHAAP

Zomer 1984. Nou ja zomer. We waren in Duitsland op vliegkamp te Paderborn, Flugplatz Haxterberg. Achtervolgd door ons eigen Hollandse weer. Over het vliegen is weinig te vertellen. Toch viel er nog zoveel te beleven dat het verslag in het clubblad Plus 3 van de EZAC over ons vliegkamp als volgt eindigde: “Deelnemers, bedankt voor de gezelligheid, want ook al maakten we slechts 46 starts, met 27,5 uur, het was beestachtig gezellig.” Beestachtig ja. Een schaap dat zo ongelukkig aan haar einde kwam.

“Moet je zien, ongelooflijk,” riep mijn vrouw Anneke. Op 10 meter hoogte vlogen twee zweefvliegtuigen voorbij. In spiegelvlucht, met enorme snelheid. Type Lo 100. Kleine houten zweefvliegtuigen speciaal gemaakt voor kunstvluchten. Spectaculair. De vliegers voerden een oefening kunstvliegen uit voor een vliegshow. Volop bewondering op het terras. Ook van een groep Arabieren in overall uit de Verenigde Arabische Emiraten. Arabieren in overalls in Duitsland? Jawel, geen gastarbeiders, maar parachutisten uit het leger. Door de Sjeik, met de zegen van Allah en een buidel marken onder leiding van een luitenant naar Duitsland gezonden om te oefenen voor het wereldkampioenschap parachutespringen. Als het weer het maar even toeliet kwamen de rijkaards uit de lucht vallen. Elk uur van de dag. En zij gingen met sprongen vooruit. De voorlaatste dag lukte het niemand meer buiten de bak te landen Velen raakten de stip in het midden. Reden voor een feest. Tot meerdere glorie van de Sjeik. Alvast ter viering van de eerste plaats bij de kampioenschappen. Een rituele slachting zou het worden. Het feest van de ongebroken enkels.

“Natuurlijk kan ik zorgen voor een eersteklas schaap. U zult tevreden zijn,” zei Friedhelm tegen de luitenant. Friedhelm beheerde samen met zijn Heidi het restaurant op het vliegveld. Een joviale, welgemutste kerel met een ruime geest en gevoel voor humor. Iemand die nergens mee zit. De roemruchte discipline die de Duitsers zo haarfijn in de kinderhoofdjes plegen te timmeren was bij Friedhelm op een mislukking uitgelopen. Pas op je tellen riep ik vaak aan de bar als de rekening weer in het voordeel van Friedhelm dreigde uit te vallen. Hij had ook zijn goede kanten. Kon prima gitaar spelen en ging diep in de nacht met zijn dronken kop voor de gasten paddestoelen zoeken op het veld die hij vervolgens gebakken als ontbijt op de camping serveerde.

Friedhelm toog op pad. Uren later verscheen hij weer. Met een groot schaap. Op de achterbak van zijn Mercedes. Een walm alcohol sloeg van hem af. Nee, niet van het schaap. Van Friedhelm. Ik verdacht hem ervan dat hij lang in de kroeg had gezeten en bij de boer op de hoek een schaap had gekocht, of gestolen. “Allah zij geprezen. Topkwaliteit, een koopje. Voor het luttele bedrag van slechts 450 mark mag u het schaap straks op de kop tikken.”  Friedhelm kreeg grote bolle ogen toen hij de stapel marken zag. De grap met het schaap als VIP op de achterbank leverde extra geld op. Bovendien werd hij grof beloond voor de illegale slachting op zijn terrein.

Sloom liep het schaap mee naar een vrij gedeelte aan het einde van de camping. Naast het schaap liep een man met een enorm mes. Het schaap keek niet op of om.  In een gegraven gat brandde een houtvuur. Op het vuur stond een grote ketel. Her en der lagen borden, met daartussen een lang touw. Voldoende redenen voor het schaap om onrustig te worden zou je zeggen. Niets daarvan. Het schaap stond erbij als een schaap. Zich niet bewust van het noodlot dat  haar te wachten stond. Een paard of koe zou hem al lang gesmeerd zijn. Het wezen stond alleen maar schaapachtig voor zich uit te staren. In afwachting van een akelige gebeurtenis. Om medelijden mee te hebben.

Gewillig liet het schaap zich op de grond duwen. Snel werd met het grote mes in de hals gestoken. De keel doorgesneden. De slachter vertrok geen spier. Het ongelukkige schaap alle. Bloed spoot uit de wond. Reutelend en gorgelend verloor het schaap de strijd. Het  leek nog te glimlachen voor ze haar droevige wazige ogen sloot. Tot slot liet het schaap nog een vette scheet. Een triest moment, om nooit te vergeten. Om het tafereel te kunnen begrijpen moet je diep afdalen in het geloof en achtergrond van de slachters. Hoewel, ook wij christenen kenden in het verre verleden rituele slachtingen. De bijbel maakt zelfs gewag van het offeren van een zoon aan iemand waarvan men wel gehoord had, maar nimmer ontmoet.

Slordig werd de jas van het schaap uitgetrokken. Kort daarna hing het beest aan een boomtak. Het ritueel ging voort. Stank vergezelde de ingewanden die half uit het arme dier gleden. Plotseling trok de slachter de nog warme lever uit de buik, scheurde er een stuk af en stak het in zijn mond. Fris van de lever. Mogelijk komt hier die uitdrukking vandaan. Het orgaan ging rond. Een van hen kauwde met open mond. Het bloed werd afgeveegd aan de mouw van zijn  overall. Zichtbaar genoot men van de delicatesse. Friedhelm was intussen verdwenen. Misselijkheid overwon mijn nieuwsgierigheid. De gulle gever bood ook mij een stuk aan. Ik bedankte, draaide me om en voelde de champignons van Friedhelm omhoog komen.  De luitenant riep mij na deel te nemen aan het feestmaal. Een dergelijke uitnodiging is een gunst. Afslaan wordt als een belediging opgevat. Ik zag de woeste kerel met het grote mes al achter me aan rennen. Op de camping sprak ik over mijn ervaringen. Binnen twee minuten waren alle tenten verlaten toen ik vertelde dat iedereen uitgenodigd was.

“Lekker smullen,” zei de luitenant in onberispelijk Engels. We zaten met zijn allen rondom het vuur. De Arabieren en ik, de gast dus. Enkele botten staken uit de wit kokende smurrie. De man die de lever had uitgedeeld, duidelijk de moedigste van het stel, dronk in één teug een kop van het goedje leeg. Daarna werd het water ververst. Nadat de bouten opnieuw aan de kook kwamen verschenen er grote groengele vette kringen op het borrelende water. De geur die met de rook opsteeg deed het ergste vermoeden. Allerlei groenten werden toegevoegd en al roerend aan de kook gebracht.

Elkaar luid dankend werd aan het maal begonnen. Voor ieder een kop dampende bouillon en een stuk vlees. Ook mij werd dit aangeboden. Ik keek naar het grote bebloede mes dat in het zand stak. Weigeren was onmogelijk. “Dank u voor deze eer en smakelijk eten,” zei ik kluivend aan een bot met sterk smakend vlees. Ik zag het schaap weer voor me. Gelukkig hadden ze de kop met de droevige ogen niet meegekookt..

Terug naar: "andere verhalen over vliegen"

Terug

Home