SCHERPSCHUTTERS

Gilze Rijen 1960. Het was nacht. We lagen met twaalf leerling vliegers in een slaapzaal. Het stonk er naar drank en zweetvoeten. We hadden een wilde avond achter de rug. In onze stamkroeg vlak bij de Luchtmachtbasis. Bij Toos, de bloedmooie kasteleinsdochter. Zij zorgde voor opwinding en omzet. De kastelein was trots op haar. Toos was van ons allen. Een fraaie levende mascotte. En nu was Toos verliefd. Nee, niet langer meer op al die leerling vliegers bij wie ze om de nek had gehangen. Ze ging zich verloven met de beste vlieger uit de hoogste klas van de opleiding. Solo op de Harvard en nu solo op Toos. Bewondering, jaloezie en verdriet hingen in de kroeg.

"Ze is echt zo mooi als jullie dromen, jongens.” De verloofde stond te snoeven. "De mooiste filmster valt in het niet bij Toos. Gisteren nog heb ik met haar de middag op de hei bij Goirle doorgebracht". Hij was dronken. Wij ook. We geloofden hem. Toos kwam in al haar gratie aanlopen met een blad bier. Mooi. Uitdagend gekleed. Omzet bevorderend. Dus zonder BH. Zoals het hoort bij barmeiden. Sommige snoodaards bestelden chocomel bij Toos als ze achter de bar stond. Alleen maar bij Toos, niet bij haar vader. Om te genieten van het uitzicht en de fraaie rondingen. De chocomel stond onder de bar achter in de koeling. En Toos maar zoeken.Weer begon de verloofde te pochen. Het werd teveel. "We willen het weten" werd er geroepen. Niemand zou er ooit achter komen wie de aanstichters waren. Voor die tijd maar goed ook. Razendsnel speelde het zich af. Toos werd op het biljart gehesen. Gretige handen trokken haar jurk omlaag. En daar stond ze dan. Onze Toos. Op hoge hakken. Rijp voor de Playboy. En mooi! ! ! ! Er was niets teveel gezegd.
Een smerig lied werd aangeheven. "Een rondje als jullie het hierbij laten," riep de verloofde. "Ook een van mij," schreeuwde de vader van Toos erboven uit. Hij koos de dochter voor zijn geld. Toos kreeg haar jurk terug. Sierlijk trok ze deze aan. Bevallig stond ze op het biljart. We zongen een nieuw lied. Toos had niet gebloosd gedurende de vertoning. Niet een enkel keertje. Ook niet toen we zongen.

Een snerpend geluid drong de slaapzaal binnen. Toos werd uit onze dromen gesmeten. Twaalf houten koppen vlogen omhoog. Alarm. Alarm. De deur sloeg open. Drie strepen stoven naar binnen. "Mannen, vanaf nu het is oorlog.” Op papier tenminste want hij las voor wat er van ons werd verwacht. “Binnen vijf minuten verzamelen voor de barak. In gevechtstenue. Deelname aan grondgevechten wordt van jullie leerling vliegers niet verwacht,” sprak hij schamper. "In plaats daarvan gaan we schietoefeningen houden. Om halfvijf.” "Welke gek verzint zoiets" riep een slaperige halfdronken kop. "Bek dicht, en opschieten, anders zwaait er wat. Het vliegprogramma voor de middag gaat overigens gewoon door.”
"Zo…………van der Heijden……zes kogels krijg je. Stop ze met de punt naar voren in je pistool. Kans dat je dan eindelijk eens iets raakt. Vandaag wordt het ernst."
Het sarcasme droop ervan af. Sergeant Roos was zijn bijnaam. Onze schietinstructeur. "Zoals je weet is Jansen ziek. Hij staat op het rooster voor wachtdienst aanstaand weekend. De schutter met het minste aantal punten mag hem vervangen.”  Ik had moeite mijn ogen niet neer te slaan. De resultaten bij de vorige oefeningen waren belabberd. Meestal verdwenen al mijn kogels in de hoop zand. Een enkele keer raakte ik de vierkante plaat, waarop een ronde roos was gedrukt. Het was duidelijk. Ik was niet voor oorlog geboren en zag me al lopen op het munitieterrein. Leerling vliegers dienden regelmatig wacht te lopen. Een volstrekt overbodige activiteit. Alleen bedoeld om een al te elitair gedrag in te dammen. Slechts een list kon mijn weekend redden.

De schietoefening ging als volgt te werk. Elke schutter bepaalde samen met de Roos het resultaat. Vervolgens plakt een "vrijwilliger" met papier de kogelgaten af. Dit keer was dat van Mosselvelde. Een Zeeuw, zoals de naam al doet vermoeden. "Beste Mossel,” fluisterde ik in zijn oor, "laat een paar gaten zitten als ik aan de beurt ben.” “Geen probleem, jij loopt geen wacht.” Hij knipoogde. Aardige vent. Behulpzaan, zonder smoesjes.
Zo……van der Heijden……hoeveel kogels heb je van mij ontvangen?” “Zes sergeant.”
  Met een scheef oog keek ik naar de roos. Een fraai resultaat op het eerste gezicht. "Hoeveel kogels heb je nog in je pistool?”  Ik liet het hem zien. Het was leeg. "Vorige keren kon je nog geen roos raken en nu is het resultaat op zijn zachtst gezegd verbijsterend. Nog dronken van gisteren zeker!!!”  Vol trots keek ik naar de Mossel, die glimlachte en knipoogde. "Hoe heb je het voor elkaar gekregen, zes kogels en ik tel tien gaten!!!!???? Als  beloning roep ik je nu al uit als winnaar voor de wachtdienst.”  Hij zocht de Mossel. "Wie heeft er dit weekend nog meer dienst?". "Ik sergeant" riep Henk de Goede. "Je boft Henkie, van Mosselvelde neemt je dienst over!!!!!!!!”

Het was middag. We vlogen op 3000 voet in de Fokker S11. De instructeur stootte me aan. "Niet te slordig, hou de kist op hoogte en koers." Ik voelde me beter. Van de houten kop was slechts een balsa gevoel over. "Gisteren een hoop lol gehad heb ik gehoord. Ik had er best bij willen zijn. Is het echt zo'n mooie meid?” "Ja Luitenant, dat is ze.”  We vlogen door. "Jammer dat de S11 niet bewapend is, ik had je best eens willen zien schieten,”  lachte de instructeur. Mijn reputatie was me reeds vooruitgesneld. "Het was een geintje, en de Roos heeft het goed opgelost,” zei ik. "Nou, eens kijken wat je hiervan vindt. Volgas, neus omlaag tot 90 knopen, knuppel naar achteren en doortrekken.”  Bij de eerste looping nam ik me voor vroeg naar bed te gaan. En bij de tweede vooral niet al te veel te drinken. En bovenin de derde looping: "Hooguit nog een chocomel bij Toos!!!!!”.

Terug naar: "andere verhalen over vliegen"

Terug

Home