TOMMY

In de tijd dat ik voor het eerst vijftig kilometer vloog met een zweefvliegtuig werd ik vertegenwoordiger bij Olivetti. Mijn moeder vond het maar niks. Het heeft toen nog in het Veldhovens Weekblad gestaan. “Ik begrijp niet wat onze Henk ziet in Oliën en Vetten.” Door geldgebrek zwalkte ik in mijn kloffie op de fiets door Eindhoven en sleet, tot mijn verbazing, vrijwel moeiteloos mechanische schrijf- en rekenmachines. Pas later kwam de hoogwaardige technologie die ik overigens ook met succes verpatste.

De wereld veranderde. Een nieuwe industriële revolutie was op komst. Het zou ons leven veraangenamen en vergemakkelijken. Helaas werd vanaf dat moment ons toch al niet zo fraaie taalgebied overwoekerd met Engelse termen en begrippen.

Tegenwoordig zou ik een Account Executive zijn. Een man in een taylor-made pak, die met zijn Multi Purpose Vehicle (vrij vertaald leasebak) customer relations aan het optimizen is en hen probeert te overtuigen van de zegeningen van het hi-tech tijdperk. Alles sneller en beter. En ik zou vergeten te vertellen dat winsten in tijd en geld weer verloren gaan bij de eindeloze zoektochten in de callcenter en helpdesk bossen.

We nemen zelfs de moeite niet meer vreemde termen te vertalen. Misschien maar goed ook. Vertaal het woord airbag maar eens letterlijk. Ogenblikkelijk zult u begrijpen waarom geaarzeld wordt dit nuttig hulpmiddel in vliegtuigen toe te passen. (Voor u die geen Engels beheerst is de vertaling aan het einde van het verhaal te lezen onder PS:)

En wat te denken van GPS. Het Global Position System geeft, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, exact de positie aan waar men zich bevindt. Nu kunnen we over de radio kraaien dat we precies 64 kilometer van Terlet zitten. Naar buiten kijken hoeft eigenlijk niet. En toch: “Het Nederlandse Landschap is gezegend met schoonheden van allerlei aard.” (Deze fraaie volzin wist ik destijds tijdens het demonstreren van schrijfmachines, na veel oefenen, met lichtsnelheid op papier te toveren.)

Nu loeren we naar de GPS. Het is trouwens nog maar 48 kilometer. Sommigen vinden zelfs een kaart overbodig. Dat was vroeger trouwens ook zo.

“Een kaart heb je niet nodig. En dat is een voordeel Snoerie. Zonder kaart kun je de weg niet kwijtraken. Navigeren leer je later wel. Dus vlieg met de wind mee en als je na een tijdje de Maas ziet, steek die dan over.” Ik was klaar voor de start en zat in de PH-158, een Grunau Baby IIb, aandachtig luisterend naar de adviezen van Karl Hinkel, onze instrukteur. “Zoek, als je de Maas voorbij bent, een ruim landingsveld. Je hebt dan zeker vijftig kilometer gevlogen en op de grond ligt dan het zilveren brevet klaar.” Een hele kluif met een glijhoek van 1 op 17.

Ik was vol goede moed. De week ervoor had ik duizend meter hoogtewinst behaald met de PH-58, een Grunau Baby IIa (uitvoering zonder remkleppen) tijdens een vlucht van 5 uur en 22 minuten. Twee van de drie eisen voor het zilveren brevet. En vandaag dan 50 kilometer afstand, de derde eis.

Eindhoven verdween, het landschap werd prachtig. De glinsterende Maas was niet te missen en ruim twee uur later vloog ik boven een vreemd groot vliegveld, met daarop allerlei gevleugeld oorlogstuig en nog wat vredelievende zweefvliegtuigen. Ik besloot er te landen.

“Guten Tag” riep ik tegen de zweefvliegers die mij kwamen verwelkomen. Ongetwijfeld bevond ik mij in Duitsland en ik wilde goed voor de dag komen. Tot mijn stomme verbazing begonnen mijn gastheren Engels te spreken. “Welcome in Gailenkurken, Royal Air Force base.” Mijn Hemel, waar was ik terechtgekomen. Die Karl ook. Had ik toch maar een kaart meegenomen. Dan had ik zeker geweten dat ik over de Maas was gevlogen en niet over het Kanaal. Waar ligt “Gailenkurken?”  Een vriendelijke Duitser met Engelse snor bracht uitkomst. Later bleek het een squadron commandant te zijn. Ik was geland op Geilenkirchen, een vliegbasis van de Engelse Luchtmacht. Het welkom draaide uit op een uitbundige begroeting van een avonturier uit een ver land. Reden voor een groot feest. Ik werd een van hen. Een Tommy voor die avond. Hun toevallige uitlaatklep voor een ouderwetse party. Flessen met Engelse tradities werden aangesproken. De commandant hield een warrige toespraak over een heldendaad van die dag. Een vliegenier uit verre oorden was komen aanfladderen. Met lovende woorden en onder oorverdovende herrie werd ik gedoopt tot squadronkip. Liederen galmden door de hangar. Moppen werden verteld. De ophaalploeg verscheen. Een nieuwe reden voor nog meer bier en fratsen.

Pas diep in de nacht werd het ons toegestaan de basis te verlaten. Met veel kabaal werden we onder escorte begeleid naar de uitgang van het grote vliegveld. De rest moesten we zelf maar uitzoeken. We vonden de weg terug naar onze eigen hangar. Gelukkig reed Bob.

 

PS: luchtzak

Terug naar: "andere verhalen over vliegen"

Terug

Home