|
Zweefvliegers en
motorvliegers domineerden jarenlang het luchtruim van
het Franse Poitiers-Biard. Zeker gedurende de
tweejaarlijkse Coupe d’Europe des Planeurs Biplaces.
Maar de tijdgeest sloeg ook hier toe. Het gezapige
regionale veld stoomt op in de vaart der vliegvelden.
Een hightech voorgevel met levensgrote letters
“Aerodrome Poitiers-Biard” maskeert de saaie entree van
weleer.
Het vliegveld bruist. Nou
ja, bruist. Alleen aan het einde van de middag. Zo
tussen half zes en half zeven. Dan komt de dagelijkse
internationale vlucht van Ryan Air binnen. De ontvangst
geschiedt geheel in stijl. Eerst komt de Boeing op zo’n
600 meter majestueus overvliegen, maakt vervolgens een
grote bocht en verschijnt recht voor de baan.
Intussen zoeft de brandweer
met gezwinde spoed over het vliegveld. Het kabaal is
niet van de lucht. Krijsende geluiden, onderbroken door
doffe knallen, schallen uit de luidsprekers. Vuurpijlen
worden afgeschoten. Geen vogel meer te zien. Ryan Air is
welkom.
De brandweerlieden
begeleiden de kist naar het platform, nauwelijks
driehonderd meter van de baan verwijderd. Met gespannen
gezichten. Alsof er elk moment iets vreselijks kan
gebeuren.
De afhandeling van
passagiers en bagage geschiedt uiterst efficiënt. Wat
wil je trouwens, als je maar een half uur per dag hoeft
te werken. Ryan Air staat niet toe dat het langer duurt.
Het voortbestaan van de luchthaven staat op het spel als
men niet luistert naar de prijsvechter.
Motoren worden gestart. De
brandweerlieden vervolgen hun vertoning. Een enkel
moedig vogeltje wordt alsnog met oorverdovend
machtsvertoon verdreven. Het geeft zich over, vliegt
naar een boom en wacht tot de grote commerciële reus aan
de horizon net zo groot is als hij zelf. Het vogeltje
kleppert met zijn vleugels, schut met de zijn kopje en
duikt uit de boom op een gevallen kers. Morgen is er
weer een dag.
|