|
Het was
op een donderdagavond begin juli. Ik liep vanaf de
camping naar de werkplaats. Ik had wat gereedschap nodig
voor een reparatie aan mijn caravan. Toen ik bij de
garage kwam, zag ik rook naar buiten komen. Brand! En
flink ook. Ik voelde aan de deur. Op slot! Wat is er aan
de hand? Waarom heb ik nooit mijn mobieltje bij me.
.jpg)
Ik holde
terug en liep pardoes Arno Allonsius tegen het lijf.
Aha, een betere hulp kon ik me niet voorstellen. Ook hij
stond perplex, aarzelde geen seconde en gaf alarm.
De
brandweer was snel ter plaatse. Met groot materieel,
waaronder een container met 3000 meter aan slangen.
Brand bij de EZAC is funest. Water is ver weg. En 700
meter slang uitrollen gaat wel even duren.Nadat de
deur was geopend werd pas duidelijk hoe ernstig het was.
Een enorme rookontwikkeling en een hevige brand bij de
tractor en de grasmaaier. Nauwelijks een hand voor ogen
te zien.
.jpg)
Het was behoorlijk warm. Ik was de ploeg
brandweerlieden gevolgd. Er werd geroepen dat ik moest
omdraaien. Ik bleef doorlopen. Plotseling werd
geschreeuwd om stilte.
.JPG)
Het knetterende geluid van de
vlammen overstemde bijna een kermende roep om hulp.
“Hier, hier, help, help”. Zwak maar duidelijk. Wie kon
dat nou zijn?
Mijn
ogen begonnen te branden. Ik kreeg pijn in mijn keel.
Lang kon ik dit niet meer volhouden. Maar ik moest weten
wie het slachtoffer was.
Ik
naderde en herkende de man meteen. Bekneld onder de
grasmaaier lag W.W., met naast hem wat scherven, een
brandende poetslap, een kwast en een sigaar. Zachtjes
sloeg hij zijn ogen open, zichtbaar blij omdat het vuur
onder controle was en zijn redding nabij. Hij murmelde
wat woorden. Nauwelijks te verstaan. Arno en ik
luisterden aandachtig. Wat wilde W.W. ons toch
vertellen? Met moeite konden we het gefluister
ontcijferen. “Er is niets zo mooi als grasmaaien vanuit
een luie stoel”. Bij het laatste woord glimlachte W.W.
Daarna raakte hij bewusteloos. Ik liep naar buiten. De
brandweerlieden hadden hem bijna bevrijd. Het zou
allemaal goed komen.
Dankzij
alert en vakkundig ingrijpen van de Brandweer werd de
EZAC groot leed bespaard. Alleen W.W. moest nog
gereanimeerd worden.
.jpg)
Terwijl
ik toekeek dacht ik na over de vreemde zin. Vaag
herinnerde ik mij iets uit een gesprek aan de bar. W.W.
zat altijd boordevol ideeën. Zijn uitvindingen waren, op
wat uitzonderingen na, vaak een succes. Vandaag was hij
bezig geweest met zijn nieuwste vinding. Een op afstand
te besturen grasmaaier. Met behulp van Google moest dat
mogelijk zijn. Op de rolbar van de tractor zou een
draadloze besturing komen. Bij het ontvetten was het
misgegaan. W.W. gleed uit en duikelde achterover. Een
flesje met benzine viel op de grond. De sigaar deed de
rest. Zijn ideaal: “Er is niets zo mooi als grasmaaien
vanuit een luie stoel”, ging in rook op.
Nog
steeds lag W.W. buiten op de grond. Hij bewoog. Zijn
oogopslag werd opmerkelijk helder. Vermoeid en voldaan
leunden de hulpverleners achterover. Razendsnel richtte
W.W. zich op. Als door een wesp gestoken rende hij weg.
Het bos in. Nagestaard door ons allen.
Na kort
overleg besloten we hem achterna te gaan. Hoe we ook
zochten, W.W. bleef onvindbaar. Bij het
motorcrossterrein troffen we, onder de struiken, een
prop papier aan. Hierop stonden een Google afdruk van
het veld, een vreemdsoortige antenne en wat
geheimzinnige krabbels.
.JPG)
Snoerie
Juli 2009 |