"Een Briegleb"

Roland Roegies, lid van de EZAC, had al een tijdje de vurige wens een eigen zweefvliegtuig te bezitten. Op een dag in 1990 reed hij met een aanhanger het veld op. Vol trots vertelde hij eigenaar te zijn van een heuse Briegleb. Een wat? Een Briegleb BG12/16 nog wel! Een volwaardig prestatiezweefvliegtuig met een glijhoek van wel 1 op 36 kregen we te horen. Maak open die toverdoos, dat willen we wel eens zien, werd er geroepen. En inderdaad, de OO-ZRV verscheen, een slank vliegtuig dat door de vorm al snel "Das Boot" genoemd werd.

De  Amerikaan Gus Briegleb hield zich vanaf 1939 bezig met het ontwerpen en bouwen van zweefvliegtuigen. Aanvankelijk voornamelijk voor het Amerikaanse leger. Zijn eerste type was een BG-4. In 1947 kocht Gus het overtollige legervliegveld El Mirage Airport in de Mojavewoestijn in Californië. Hier vestigde hij zijn fabriek en een zweefvliegschool.

Het prototype van de BG-12, voorzien van een gemodificeerde romp van een BG-6, vloog voor het eerst in 1956. In 1968 werd de BG12/16 ontwikkeld. Vanaf het begin was het een succes. Dit mede door toedoen van zijn beide zonen Ross en Kenny.  Het waren bekende wedstrijdvliegers die in de jaren ‘60 en ’70 fraaie resultaten boekten.

De houten constructie van de BG12/16 was gelijk aan die van modelvliegtuigen. Alle ribben en spanten werden uit één stuk 3 mm Douglas multiplex vervaardigd.  Vleugel en romp werden ook bekleed met multiplex. En de roeren met 1,6 mm triplex van populierenhout. Het maximaal toegelaten gewicht bedroeg 340 kg.

De eenvoudige constructie bood de mogelijkheid het vliegtuig ook als bouwpakket te leveren. Een benijdenswaardig aantal van 350 bouwpakketten werd verkocht. Geschatte bouwtijd minder dan 600 uur. Een Antwerpenaar had er zeven jaar over gedaan. Veel lol had hij er overigens niet aan beleefd. Zijn huwelijk liep op de klippen omdat hij de huiskamer als werkplaats gebruikte. En nadat de kist uiteindelijk klaar was had hij er slechts enkele malen mee gevlogen. Roland had er een schappelijke prijs voor betaald.

Het was een interessant zweefvliegtuig. Het duurde een tijdje voordat we het hadden gemonteerd. Hoewel de kist uiterlijk een betrouwbare indruk maakte, leverde een uitvoerige controle enkele opmerkelijke bijzonderheden op. Zo waren hier en daar wat stukken hout kops aan elkaar gelijmd. De vleugel was bijzonder stijf. En in plaats van remkleppen of spoilers was de kist uitgevoerd met flaps. Een ongebruikelijke uitvoering voor zweefvliegtuigen.

De vakantie stond voor de deur en Roland was van plan met de kist naar Issoudun in Frankrijk te gaan. Hoewel hij een redelijke vliegstandaard had voelde hij zich niet altijd gerust in de lucht. Vandaag overviel hem een zekere vorm van angst voor het onbekende. Het aanbod dat ik de Briegleb wel aan de tand zou voelen nam hij gretig aan.

Enkele bestuursleden en instructeurs vonden het raadzaam eerst maar eens een korte vlucht te maken en niet gelijk door te lieren tot maximale hoogte. Een kraak op lage hoogte zou niet meteen een stoet naar het kerkhof opleveren hoorde ik achter mijn rug. En zo maakte ik een niet te steile start, ontkoppelde op 50 meter, trok de flaps uit en kwam normaal landen. De tweede start leverde ongevraagd een kabelbreuk op.

Ik kon niets abnormaals aan de kist ontdekken. Tot de derde vlucht, toen bij het herstel na een flinke overtrek, de rolroeren blokkeerden. Boven een snelheid van 130 km/u was een normale uitslag van de roeren niet mogelijk. Alleen door de snelheid te verminderen werd het probleem opgelost.

Landingen met flaps kunnen voor een zweefvlieger problemen opleveren. Een mooie nadering maken is geen probleem. Zolang men zich niet vergist. Sluiten van flaps op lage hoogte is funest. De kist zakt dan meteen fors door. Dit in tegenstelling tot het gebruik van kleppen. Daarmee zijn we als zweefvlieger opgeleid. Met mijn demonstratie door op 50 meter enkele keren pardoes de flaps te sluiten liet ik overduidelijk zien wat de gevaren zijn.

Waarom Gus Briegleb gekozen heeft voor flaps op de BG12/16 is niet duidelijk. Mogelijk had het te maken met de constructie, of de kosten. Slechts één exemplaar werd voorzien van remkleppen. Dit om te voldoen aan de standaardklasse eisen van de FAI/OSTIV.

Geruime tijd waren we bezig met de afstelling van de rolroeren. Het leverde niet het gewenste resultaat op, zo bleek tijdens mijn vierde vlucht. Roland vertrok naar Issoudun en ontmoette daar George Haegeman. George was oogchirurg, motorvlieger, zweefvlieger, modelbouwer en bevoegd technicus. Kortom, een alleskunner. Hij kreeg de kist goed op orde. Roland maakte daarna enkele mooie vluchten tot ver boven de 2000 meter.

Een gunstige aanbieding van een Pik 20 deed Roland besluiten zijn Briegleb van de hand te doen. De pechduivel bleef hem toch een beetje achtervolgen. Tijdens een vlucht met de Pik werd hij, boven Axel, geraakt door een Mosquito die op weg was naar een vliegshow in Antwerpen. Hoewel een groot deel van een vleugel en rolroer door een propeller vlijmscherp waren afgezaagd zag hij kans keurig te landen op het veld. Uiteindelijk deed deze ervaring Roland besluiten te stoppen met zweefvliegen.

De huidige eigenaar van de OO-ZRV is Firmin Henrard, voorzitter van “LES FAUCHEURS DE MARGUERITES”, de Waalse vereniging van historische zweefvliegtuigen. Firmin, die meerdere oldtimers bezit, vliegt nog regelmatig met de Briegleb afstanden boven 300 kilometer. De kist is piekfijn in orde en heeft geen enkel probleem met de rolroeren, bij welke snelheid dan ook. Wel bevestigt hij dat de afstelling de nodige aandacht vraagt. Lees ook het bijgevoegde artikel “An American in Paris” van de voorlaatste eigenaar Jørn Hanssens over zijn ervaringen met de kist.

 

 

 

Henk (Snoerie) van der Heijden
Juli 2009

Terug

Home