|
Dit verhaal heeft niets met vliegen van doen. Heel zijdelings misschien omdat ik, toen ik de verwonding opliep, het uniform droeg van de Koninklijke Luchtmacht.
We bevonden ons op de kermis te Eindhoven. Met mijn drie maten Karel, Piet en Erik. In de schiettent had ik een aap gewonnen. Erik had een lamp van het plafond stuk geschoten. In die volgorde. We moesten maken dat we wegkwamen. Regelmatig kwam in een jeep een MP patrouille voorbij. Controleren of de militairen zich wel goed gedroegen en zeker niet die gelegenheden bezochten die op de verboden lijst stonden. Zo ging dat in die tijd.
Blote dames bezoeken op staatskosten was taboe. Op de kermis liepen genoeg mooie meiden rond. Zedig gekleed weliswaar, op enkele losbollen na die probeerden de Engelse militairen, die bij het vliegveld gelegerd waren, te versieren. Een hoger aanzien door hun afkomst en meer geld maakte ons zo goed als kansloos. Onze beloning uit de staatskas bedroeg een gulden en vijftien cent per dag. Om de veertien dagen moesten we daarvoor zelfs in de rij staan. En op de dag van "overvloed" gingen wij op stap. Vandaag dus en het was kermis. Onze schamele beloning goten wij, door geldnood gedreven, liever door onze eigen kelen dan door die van een ander.
"Gaan we heen, of nemen we het nog een?" Het afgelopen uur hadden we op elk terras en in elke kroeg, die we waren binnengevallen ons die vraag gesteld. Steeds weer diezelfde vraag. En telkens telden we met ons vieren ons kapitaal. "We nemen er nog een." "En nog een." En......we hadden lol......werden onvast ter been. Het deerde ons niet: we waren immers met de fiets.
Kwart voor twaalf. Daar stonden de krijgers. Petten scheef op de kop en platzak na de laatste telling en een hoop gesoebat omdat we twee dubbeltjes tekort kwamen. Kwart voor twaalf. Om twaalf uur wordt de poort van de kazerne gesloten. Het was nog zeker een half uur fietsen.
"Mannen, we maken er een race van," riep Piet. Hij sprong op zijn fiets, bleef wonderwel zitten, en ging er vandoor. Gelukkig vertrok hij in de goede richting. De achtervolging begon. We verloren tijd, het tempo werd bepaald door de drank. Slechts met tussenpozen konden we een sprintje trekken. Zo ook bij de brug over het kanaal vlakbij het Peter Zuid Kamp, onze kazerne. In de bocht van de weg stond een kapel. Ik lag in tweede positie, achter Piet. Een aflopend en glad wegdek, kinderkoppen slordig bedekt met een laagje asfalt. Een schim van rechts en een abrupte reactie van Piet. Stond Murphy in de kapel, of was het Maria? Ik zou het nooit weten. Het noodlot sloeg genadeloos toe. Ik raakte de fiets van Piet. Mijn wiel voorwiel sloeg dubbel. En daar ging ik. Als een ongeleid projectiel. Korporaal van der Heijden stortte neer, gleed nog even door op een zijde en bleef roerloos liggen.
De ambulance was razendsnel ter plekke. Niet alleen door de korte afstand tot het militaire hospitaal, maar vooral door een opgewonden telefoontje van een van de toeschouwers. Een vreselijk ongeluk, veel bloed. Een militair, bewusteloos of misschien wel dood. Men moest het ergste vrezen.
Ik lag versuft op de operatietafel. De dokter was onderweg uit de officiersmess aan de overkant. De verplegers begonnen met het stelpen van de bloeding aan mijn kin en de schaafwonden aan de linkerkant van mijn gezicht. "Nee, er wordt hier niet getapt, we wachten rustig op de dokter." Snel hadden zij door dat de drank in de man was en de wijsheid ver weg. Ik vertelde dubbel over de kermis, de gewonnen aap en de smak op de weg. De slimste van het stel vond dat ik in ieder geval geen hersenschudding had opgelopen. Mijn gedrag gaf aan dat ik geen botten had gebroken. Alleen wat pijn aan een elleboog en knie. En wat scheuren in het uniform. Dat kon geen pijn doen. Hooguit in de portemonnaie. Hoewel, Karel werkte bij de foerier. Dat zou dus wel goed komen. Een paar potten bier zou voldoende zijn.
.
"Korporaal, je zult de komende dagen wel aandacht trekken. Stukken huid weg in je gezicht, een gezwollen lip en een flinke wond in je kin." Ik voelde, inderdaad er hing een behoorlijk stuk los. "Deurtje open, deurtje dicht," riep ik en bewoog met mijn vingers het loshangende stuk vlees op en neer. Er werd gelachen. Toen kwam de dokter binnen. "Mooi, ik zie dat je zelf al bezig bent," grinnikte hij.
De dokter?!?! Een gedrongen figuur, fors als een boerenwijf zonder borsten, knuisten als kolenschoppen, kleine ogen en een rode kop. De witte jas, die duidelijk enkele maten te klein was, voltooide het geheel. Hij boog zich over mij. Fluitje van een cent, korporaal! Een spuit tegen de troep op je smoel. Een kwak jodium op de schaafwonden en loshangende vellen. Voorlopig laten zitten en vooral niet krabben tegen de jeuk. Dan nog even wat hechtingen aan de wond en klaar is Kees, want zo heet ik" riep hij hard lachend om zijn eigen grap. Een dergelijke snelle en slagvaardige diagnose had ik niet achter hem gezocht. Het lijkt wel of hij haast heeft. "Gezien de benevelde toestand van de patiënt acht ik het volstrekt overbodig hem te verdoven, hij zal geen pijn lijden," sprak de professor plechtig tot mij en de aandachtige verplegers. Ik grinnikte om deze wijze uitspraak."Dronken korporaals kunnen tegen een stootje." Iedereen lachte, werd het toch nog gezellig. De vertoning kreeg een "Mash" achtige uitstraling.
Ik kreeg twijfels over zijn uitspraak over de verdoving, toen hij met jodium begon te knoeien, maar voelde niets van naald en draad bij de eerste hechting. "Vertel eens wat er gebeurd is." Ook hij wilde weten of er sprake was van een hersenschudding. Hij maakte een rustige indruk. Die rooie kop kon nooit van de inspanning komen.
Weer vertelde ik met dubbele tong van de kermis, de gewonnen aap.............. Ik maakte mijn uniform los en trok triomfantelijk de aap, die ik voor het fietsen had opgeborgen, tevoorschijn. Ouderen onder ons zullen zich de apen, die vroeger op de kermis werden gewonnen, wel herinneren. Pluizige beesten met grote glazen ogen. De armen en poten aan elastiekjes. Door het trekken aan een touwtje vertoonde de aap dan zijn capriolen. Koddige beesten, geliefd bij bezoekers van schiettenten. "Kijk, hier is ie," hield de aap onder zijn neus en trok het touwtje op en neer. "Mooie aap," zei hij, kreeg de neiging om te niezen. "Stop, dadelijk wordt de zaak nog smeriger dan het al is." Na nog een korte vertoning voor de verplegers, borg ik het harige beest weer op. Het "Mash" gehalte steeg.
"Ik ben tevreden," zei Kees, "jammer dat je korporaal bent, ik had je nog graag een pilsje aangeboden in de officiersmess. Helaas." We namen afscheid. Ik werd met loeiende sirene op de kazerne afgeleverd.
In de verre verte hoorde ik blaffen. Het moest tegen mij zijn. Ik was de enige korporaal in het squadron en had een eigen kamer. Het hield niet
op, werd luider en kwam dichterbij. Iemand blafte mijn naam: "van der Heijden......... VAN DER HEIJDEN!!!!!!" Langzaam sloeg ik mijn ogen open. De hond veranderde in de Sergeant van de Week. Zodra een sergeant gezag en macht wil laten gelden, pleegt hij alleen de achternaam van zijn slachtoffer uit te spreken, vaak nog harder dan het hem in de opleiding is geleerd."VAN....DER....... HEIJDEN!!!...........om negen uur naar dokter Akkersdijk in de MGD." De deur sloeg dicht. "En waag het niet te laat te komen, zoals vannacht," hoorde ik nog.
Hoofdpijn, bloed op het kussen, een schrijnend gevoel in mijn gezicht, een opgeblazen maag. Allemachtig, ik voel me niet goed. Tegen de tafel stond een fiets met een krom voorwiel. Geintje van Karel? En op tafel
stond een stoel. Aan de lamp van het plafond hing een harige aap. Murphy zou ik hem noemen. Ik wist niet hoe Murphy daar terechtgekomen was. Een tweede gang naar het hospitaal was me blijkbaar gespaard gebleven.
Ik schoefelde naar de wasruimte. Een puinhoop keek me aan. Rode ogen, geronnen bloed met asfalt, een dikke lip en een groot verband rond mijn kin. Een verfomfaaid en gescheurd uniform. Hé, wat een gemak. Wassen, scheren en tandenpoetsen, niet te doen. Ik mocht er immers niet aankomen van de dokter. Ineens wist ik alles weer.
Dokter Akkersdijk. Ik stel u teleur als u achter die naam een Friese Bonk, Groningse Beer of Zeeuwse Reus denkt. Nee, dokter Akkersdijk was klein van stuk, licht getint, een nazaat uit onze voormalige kolonie Nederlandsch Indie. Militairen die bekend stonden om hun volgzaamheid, loyaliteit en discipline. Keurig gesteven overhemd, broek feilloos in de vouw, schoenen glanzend als rimpelloos water. Puntje Precies keek mij streng aan. Ik groette. Mijn hemel, waar was mijn pet? "Korporaal van der Heijden, majoor." Alsof hij dat al niet wist.
"Om te beginnen, korporaal, je pet ligt bij de receptie. Gevonden onder de operatietafel. Maak de pet schoon voor je hem op dat geschonden hoofd zet." "Jawel majoor." "Ik heb begrepen dat het hier vannacht een dolle boel is geweest, onwaardig in een hospitaal waar wij streven naar orde, netheid en snelle genezing van onze patiënten." Zijn blik werd nog strenger. Ik zweeg. Elke opmerking zou olie op het vuur zijn geweest. Voorzichtig maakte hij het verband los. Hij draaide zijn hoofd weg om mijn adem te ontwijken. "Hmmm.. ziet er niet slecht uit. Beter dan ik had verwacht. Heb je al in de spiegel gekeken korporaal?" "Jawel Majoor, ik hoop dat het goed komt." De majoor stapte snel enkele passen achteruit. "Komt wel goed, al zal het even duren. Laat zo dadelijk het verband vernieuwen en maak een afspraak voor het verwijderen van de hechtingen." Tenslotte eindigde hij met de standaardkreet: "Heb je nog vragen?" "Waar is dokter Kees, ik wil hem nog even bedanken." Hij schoot uit zijn keurige rol en uit zijn slof. "Dokter Kees heeft vier dagen streng arrest. De behandeling die hij heeft uitgevoerd valt in militaire normen onder een operatie. Dit had ik moeten doen, of had plaats moeten vinden in een ziekenhuis. Niet door een of andere vrijwillige blaag die nauwelijks is komen kijken." Hij werd echt boos, zijn ogen schoten vuur. "Weet je wat ik hem het meest kwalijk neem?" Ik schudde met mijn hoofd, maar had beter nee kunnen zeggen. "Een dronken korporaal, nog daar aan toe, Luitenant Kees was ladderzat. Hij had nog meer gezopen dan jij......................en nu wegwezen, voordat..........." Ik was al weg, op zoek naar mijn pet.
.
|