Het stinkorgel

Het was gezellig in het oude clubhuis. Er was druk gezweefd die dag. Met onregelmatige bewegingen vloog een mot nerveus onder de lampen van de bar op en neer. Met een snelle uithaal maakte ik een einde aan zijn zoektocht naar licht en warmte. Gevangen in mijn hand. Het was druk en enkelen hadden mijn uitval gezien. Nieuwsgierig naar de reactie stak ik de mot in mijn mond en slikte deze door. "Getverderrie." Ontzetting en kreten van afgrijzen. Niet iedereen had mijn snelle actie gezien. Zij wilden bewijs van de beweringen die werden rond geschreeuwd. Een open mond zegt niks. Ik besloot het raam open te zetten. En weldra vloog het nieuwe vermaak het clubhuis binnen. 


Het spreekwoord: "De mot in de maag hebben," betekent volgens Van Dale: Steeds honger hebben. Weinigen zullen dit weten. Ongetwijfeld zullen er ook weinig lezers zijn die bij het woord mots denken aan een wijde schippersbroek. Vreemd genoeg betekent het woord motsen niet: je in een wijde schippersbroek hijsen, of motten eten. Nee, motsen is de oren of staart van een paard of hond knotten. Mocht je ooit horen: "Kijk, daar gaat een motsoor", dan draaft er een paard met gecoupeerde oren voorbij. Zo steek je nog eens wat op. Zo heb ik nooit kunnen bevroeden dat er veel verschillenden soorten motten zijn. Zelfs flinke exemplaren. Deze laatsten zijn zeer zeldzaam en kenmerken zich door grote kleffe vleugels en een stevig behaard lijf in camouflage-uitvoering. Juist deze exemplaren leveren onverhoedse problemen op. Ik spreek uit ervaring. Het harige beest blijft steken in de keel, de vleugels kleven zich vast. Kokhalzen is dan het minste wat je kan overkomen. Het effect is te vergelijken met het doorslikken van een toffee. Alleen de smaak verschilt sterk. Snel reageren is gewenst. Anders leidt de vertoning tot een kettingreactie bij de toeschouwers met alle daarbij horende gevolgen. Deze onsmakelijke taferelen kunnen simpel en doeltreffend worden voorkomen. Snel een slok bier na de mot is dé oplossing. Dit geldt echter niet voor de toffee. Hiertegen helpen alleen maar harde klappen op de rug.

We waren op vliegkamp in Teuge. Voor ons in het gras stond een bak bier. Gewonnen van Leen Walraven met een overmoedige daad met schrikdraad. Verdere details zijn te vinden in een van mijn vertelsels: "Zo, nu eerst een Bavaria." Het was avond. De vliegtuigen stonden in de hangar. We hadden besloten eerst nog een pilsje te drinken en daarna te vertrekken naar het dorp.

De voettocht en het bier maakten ons hongerig. We stapten een restaurant binnen. Klanken van orgelmuziek kwamen ons tegemoet. Enkele EAC’ers zaten aan een grote tafel. Onder hen Diny en Hein Pauchli, onze instructeur. Een vreemde geur drong mijn neus binnen. Onwillekeurig keek ik onder mijn schoenen. Niks te zien.

"Heren, het spijt me, de keuken is gesloten," sprak de ober streng. "Wilt u iets drinken?"
"Doe maar vijf bier, staat gelijk aan tien sneeën brood, hebben we tenminste nog wat." De ober zag de humor er niet van in. De muziek stopte, hij verdween en met hem de vreemde geur. Ik stond voor een raadsel. Op het bord van Hein lag een berg friet en een glanzend stuk kip. Diny zat te smullen. Ook zij had kip. Het water stond me in de mond. De ober bracht het bier. Het orgel in de hoek draaide opnieuw een deuntje. En weer verscheen die geur. Heel vreemd.

Het bier smaakte naar meer. Het onvermijdelijke diende zich aan. Op zoek naar het toilet, richting orgel, werd de geur sterker. De ober slofte voorbij. Ik keek naar zijn schoenen. Niks te zien. "Riool lucht," mompelde ik in mijzelf. Diezelfde lucht, maar dan sterker, kwam mij tegemoet toen ik de deur van het toilet opende. Een snelle blik en het raadsel was opgelost. De aanzuiging van het orgel bevond zich in het toilet!!!!!!!!

De verveling sloeg toe. "Ruiken jullie niets?" "Verdomd," riep Hein, "wie heeft er een scheet gelaten?" Vol ongeloof werd de verklaring over het orgel als een leugen afgedaan.

Achter het gordijn kroop traag een mot. Leven in de brouwerij. Een geintje moet kunnen. "Hein, is de kip lekker? Ik wil ook wel een stukje." Ja hoor, die goeie Hein gaf me een stuk. Heel omzichtig legde ik het op tafel. Als bij een rituele gebeurtenis. De trage mot nam niet de moeite op te vliegen. Ik legde hem met gespreide vleugels op de kip. Hij bleef plakken. Op de tafel stond een vaasje met veldbloemen. Met enkele blaadjes en een wilde margriet zag het er nog aantrekkelijk uit ook. Voorzichtig stak ik de versnapering in mijn mond, kauwde een paar keer en nam snel een slok bier. Je weet maar nooit. Het beest was immers blijven plakken op de kip. "Smeerlap," riep Diny. Nimmer had ik zulke grote ogen gezien. Met een hand voor haar mond vloog ze naar buiten.

Achter ons kraakte een stoel. Een boom van een kerel van zeker 120 kilo stond op. Hij keek om zich heen en trok zijn broek op. Zijn dikke buik stond dit niet toe. De broek won en zakte terug. Speurend keek hij het restaurant rond. Hij vond wat hij zocht en liep met gezwinde spoed in de richting van het toilet. Het was duidelijk. Er stond ons een geweldige daad te wachten. "Kom," zei Hein "we vertrekken." "Nog niet Hein, blijf zitten en geef me snel een kwartje. Ik moet nog een bewijs leveren." Rap stevende ik op het orgel af en drukte op de knop "Tulpen uit Amsterdam." Het lied galmde de zaal in en al bij de eerste tonen........................ "Allemachtig, je hebt gelijk. Wegwezen hier."

We liepen naar buiten. "Hein, excuses voor wat ik heb uitgespookt. Dit keer ben ik te ver gegaan." Diny was nergens te bekennen. Haar kip lag in de struiken. "OK" zei Hein, "ik vond die van dat orgel trouwens was wel een goeie".
.

Terug naar: "andere verhalen over vliegen"

Terug

Home